Q&A Agora

Veelgestelde vragen

  • QI: Hoe ziet een Agoradag eruit?

    Leerlingen starten de dag op bij hun coach. Vanaf 8.45 uur is er een inloop en om 9.00 uur is de dagstart. De leerlingen maken een dagplanning en bespreken deze met de coach. Daarna is er tijd om aan de challenge (zie volgende vraag) te werken. Na de middagpauze is er een digiloos moment. Hierin kan gelezen worden, maar ook iedere andere vorm van rust en stilte is mogelijk. Daarna wordt er weer verder gewerkt aan de challenges en tot slot een afsluiting met de coach. Tussendoor zijn er ook inspiratiesessies, die leerlingen kunnen bijwonen.

  • QII: Wat is een challenge?
    • Een challenge (uitdaging) wordt helemaal zelf door een leerling gemaakt en uitgevoerd. Alles kan en mag. Ook het onderwerp is vrij. De uitdagingen die ze aangaan, komt voort uit intrinsieke motivatie. De coach ondersteunt hen door de juiste vragen te stellen en te sturen. Je gaat je challenge namelijk planmatig aanpakken en ontdekt tijdens dit proces nieuwe mogelijkheden.
  • QIII: Hoeveel kinderen zitten er maximaal in de klas?

    Er zijn niet echt klassen. Je zit wel bij een coachgroep, waarbij je elke dag opstart en afsluit. In Nijmegen starten we met 3 coaches en 30 leerlingen. Indien je coach niet aanwezig is, dan val je terug op de ‘buurcoach’ (iedereen zit bij elkaar). De coachgroep is heterogeen, zodat iedereen van en met elkaar kan leren. Dit jaar starten we alleen met ‘1e jaars leerlingen’. De bedoeling is dat dit volgend jaar uitgebreid gaat worden en dan kunnen ook 1e en 2e jaars leerlingen door elkaar heen zitten.

  • QIV: Wat als een leerling alleen interesse heeft in bijvoorbeeld sport?

    Er is een belangrijke rol voor de ouders om het gesprek aan te gaan. Ouders merken snel dat leerlingen vastlopen op inspiratie.
    Voorbeeld: Een vader kwam met idee om naar Auschwitz te gaan, omdat zijn kind gemotiveerd is voor geschiedenis. Daar raakte het kind geïnspireerd om zelf een challenge rondom deze plek te maken.
    Er wordt niet vanuit vakken gedacht, maar vanuit de 5 werelden. Dit zijn:
    – kunstzinnige wereld
    – wetenschappelijke wereld
    – spirituele wereld
    – maatschappelijke wereld
    – sociale/ethische wereld

    De coach zal wel prikkelen door vragen te stellen zodat leerlingen voelen dat ze ook meer KUNNEN leren dan alleen over één bepaald onderwerp.

  • QV: Hoe is de eerste, nieuwe, periode? Wat maak je mee?

    Je treft een lege ruimte aan die de eerste weken aangekleed moeten worden. Zo ontstaat er een werkplek die van ‘jouw’ is en waar je je thuis voelt. Ook is er veel tijd om te ontdekken wat je eigenlijk wil leren, maar ook te voelen wat je al kan. Verder maak je uiteraard kennis met de medeleerlingen en coaches en de agoriaanse werkwijze. De eerste twee weken zijn introductieweken. Daarna zullen de leerlingen onder de coaches verdeeld worden.

  • QVI: Wat wordt er van de ouders verwacht?

    Ouders moeten vooral open staan voor vernieuwing. Ben daarbij bewust wat je vroeger hebt gedaan en wat je nu wil als ouder. Belemmeringen opleggen aan de kinderen kan ook niet, dat ondersteunt het leerproces niet. Verder kun je een actieve rol vervullen door workshops/inspiratiesessies te geven over je beroep, hobby of passie. Tijdens community’s, waar challenges gepresenteerd worden aan mede-leerlingen en familieleden, krijg je  een beeld van de onderzoeken van de leerlingen en kunnen ze aansluiten bij een (bestaande) challenge.

  • QVII: Hoe zit het qua toetsen?

    Toetsen zijn er niet. In het ‘examenjaar’ wel enkele (diagnostische), vooral om te wennen aan het examen die nog traditioneel is. Als je wel graag een toets wil maken in de onderbouw, kan dat natuurlijk wel. Dan kun je toetsen waar je staat. Je kunt zelf een toets zoeken en maken of aan je docent vragen. Maar er zijn natuurlijk nog veel meer mogelijkheden om te checken waar je staat. We werken dan ook zeker niet met cijfers om te beoordelen. We vinden het veel belangrijk hoe je leert en wat je opbrengsten daarbij waren. Dat is toch veel mooier (en belangrijker?) dan een cijfertje?

  • QIX: Het is een grote omschakeling voor leerlingen. Hoe is dat voor docenten?

    In het begin zal het ook voor ons heel erg wennen worden, vooral het loslaten van alles wat we in de traditionele opleiding geleerd hebben. Wel hebben we al heel veel gedaan om zo goed mogelijk te kunnen starten. Stage in Roermond, opleiding didactisch coachen van Frans Faber, werkmiddagen en kennismakingsgesprekken met alle leerlingen en ouders. Dit zullen we ook tijdens het nieuwe schooljaar blijven doen. Ook blijven we contact houden met andere scholen die gaan beginnen met Agora-onderwijs en uiteraard ook met de experts uit Roermond. We hebben er heel veel zin en zijn ontzettend gemotiveerd er iets heel gaafs van te maken!

  • QX: Kan ik terug naar het regulier onderwijs als het niet gaat/bevalt?

    Op het Montessori College hebben we alle leerstromen in huis, dus is zo’n overstap makkelijk te realiseren. Wel is het belangrijk om te weten dat het tijd nodig kan hebben om te wennen en te gedijen. Dat is heel normaal en ook nodig. Ook is onze verwachting dat ieder kind dit onderwijs aankan. We denken dus niet in onmogelijkheden, maar in kansen. Als we goed samenwerken (leerling, ouders, school), kan het niet mislukken.