Mijd de joggingbroek

Sombere coronavoorspellingen en grauwe -vooruitzichten ten spijt, het zonnetje scheen en in de achtertuin van de buren spotte ik de eerste wapperende was van het seizoen. Omdat we nu eenmaal beschikken over meer huismustijd, hing die was er extreem geordend bij: wit bij wit, donker bij donker, sokken knus per paar en joggingbroeken (6 stuks!) aan iedere broekspijp voorzien van een kleurige wasknijper. Ondanks het vredige tafereeltje, liet het beeld van die joggingbroeken me niet los. Ook niet toen ik later (zoals toute Nijmegen) door het bos banjerde.

Zelfs in de ontluikende natuur bleek het een defilé van lompe, katoenen joggingkolossen. En plots tandemde het beeld van deze campingsmokings met een blauwdruk die blijkbaar in mijn onderwijsonderbewustzijn borrelde. Een blauwdruk van de slaperige, hese stemmen en suffe koppies van mijn onlineleerlingen deze week. Zij die nu niet vroeg op hoeven te staan, naar school hoeven te trappen en zich ook niet ‘aangekleed’ voor het 1e lesuur hoeven te melden. Liggend in bed, hangend op de bank haken ze in op de lessen en leiden dus een in veel opzichten comfortabel joggingbroekleven. Als antwoord op de vraag ‘Nou en?’ deel ik graag de wijze woorden van Karl Lagerfeld: ‘Mijd de joggingbroek. De joggingbroek is een teken dat je het hebt opgegeven. Wie controle over zijn leven kwijt is, grijpt naar de joggingbroek.’ Geen autoriteit als het gaat om pedagogisch- didactisch handelen, natuurlijk, deze excentrieke Lagerfeld, maar de strekking is duidelijk: hul je je dag in dag uit in een joggingbroek, dan word je er een.

Wij bieden onze leerlingen een aangepast rooster als basis voor een (oh zo belangrijk) dagritme. Als het thuisfront het ‘mentale’ ritme ook een beetje extra in de gaten houdt, dan krijgen we ze vast van de bank én (verder) in de leerstand.

Qup