Blog 10-15 Agora: En nu?

“Ik ben klaar! En nu?” Dat is wennen. Een opmerking die ik al lang niet meer heb gehoord. Het is woensdagmiddag en de Agora-leerlingen zijn al naar huis. Ze hoefden maar tot 12 uur naar school, want in de middag komen kinderen die nieuwsgierig zijn naar het Agora-onderwijs en graag een middag willen meemaken.

Niet alle Agora-leerlingen zijn naar huis. Een deel van de leerlingen wil graag bij deze middag zijn. Zij willen graag vertellen over Agora, de ‘nieuwe’ kinderen helpen, hen leren kennen en ons, de coaches, ondersteunen. Ze vinden het spannend. Als we samen zitten te genieten van de lunch, als voorbereiding op de middag, stuiteren ze alle kanten op. Van binnen voel ik ook die spanning.

Vorig schooljaar hebben we ook van deze middagen gehad. Groepen kinderen die geïnteresseerd waren in het Agora-onderwijs. Interesse in een school die nog moest beginnen. Nu zijn we een jaar verder en dient de nieuwe lichting zich aan. Mijn collega merkt op dat het ergens voelt als verraad. Wat hebben we met de huidige groep al een heftige, maar prachtige periode achter de rug. Een periode van tegen de lamp lopen, vallen, opkrabbelen, frustratie, kippenvel, vreugde en heel veel enthousiasme. We hebben een band opgebouwd en moeten ons ineens gaan focussen op die nieuwe groep. Ik voel spanning over hoe het gaat zijn. Over hoe de kinderen gaan reageren. Over welke reacties we krijgen.

Het is kwart over twee als ik met 4 ‘nieuwe’ leerlingen zit te praten over hoe zij hun werkplek zouden inrichten. “Ik wil hier wel gordijnen, want soms heb ik rust nodig en wil ik niet gestoord worden. Ik heb die rust wel nodig om me goed te kunnen concentreren, dat vind ik soms wel lastig.” Wat een zelfkennis voor een 9-jarige. Ik heb het gevoel dat ik de juiste vragen heb gesteld om tot dit gesprek te komen. Ik sta op. Ik ga op zoek naar een nieuw gesprek. Weer op zoek naar de juiste vragen. En dan die vraag. Hij komt van dezelfde tafel waar ik net weg loop. “Ik ben klaar! En nu?”

Het is een kenmerk van het onderwijs wat ze altijd heeft gehad. Ze is gewend dat haar constant verteld wordt wat ze moet en niet moet. Ze kijkt me aan. Ik voel me gelukkig, want deze vraag krijg ik niet meer. “Bij ons mag je juist die vraag zelf beantwoorden”.

Joris Pijnenburg